Tijdens een wandelvakantie waarin ik vanuit Wijk aan Zee via Amsterdam, het Gooi, de Veluwe naar Groningen ben gewandeld liep ik ongeveer op dag 5, na mijn ontbijt bij een B&B, de stad Zwolle in. Op dat moment kende ik twee mensen die in Zwolle woonden en één van die twee zag vanuit haar auto mij lopen bij een rotonde in het centrum. Zij claxoneerde, parkeerde en inviteerde mij haar atelier te bekijken wat we toen ook deden. Tevens werd ik uitgenodigd wat liedjes te komen spelen op een avond die zij organiseerde in een ruimte op het perron van N.S. station Zwolle. Die avond met diverse mensen van Windesheim, een filosoof, een dominee, een dichter en meer muzikanten had als titel: ‘het paradoxale verlangen naar binding’. Dit herinnerde ik me nadat ik vanochtend de hierna volgende overweging las die gaat over hetzelfde thema. JP

Iemand anders binden of zelf gebonden zijn wordt beschouwd als een vorm van liefde. Die drang om een ander of een stuk eigendom te bezitten wordt niet alleen ingegeven door omstandigheden, maar ontspringt aan een veel dieper gelegen bron. Ze komt uit de diepten van de eenzaamheid. Ieder probeert de eenzaamheid op een andere manier op te vullen; georganiseerde godsdienst, geloof, een of andere vorm van activiteit, enzovoort. Het zijn allemaal vormen van ontvluchting, de eenzaamheid blijft.

Dolly Parton en Rod Mc Kuen – Every loner has to go alone

De drang om zekerheid, veiligheid en troost te vinden in een ander

Zich binden aan de een of andere organisatie, overtuiging of activiteit is -in negatieve zin- dat men erdoor wordt bezeten en betekent positief gezien, dat men het zich toeëigent. De negatieve en positieve bezitsdrang doen goede daden. veranderen de wereld en wat men liefde noemt. Iemand beheersen, iemand kneden in naam van de liefde berust op de drang naar bezit, op de drang om zekerheid, veiligheid en troost te vinden in een ander.

De tegenstelling van gehechtheid en onthecht willen zijn

Zichzelf vergeten door middel van een ander, door de een of andere vorm van activiteit, leidt tot gehechtheid. Uit die gehechtheid groeien verdriet en wanhoop en daaruit ontstaat de reactie van onthecht willen zijn. En uit die tegenstelling tussen gehechtheid en onthecht zijn groeien conflicten en frustraties.

Zodra een idee een gedachte wortel schiet begint de strijd om vrij te komen

Er valt niet te ontkomen aan eenzaamheid; ze is een feit en vluchten voor feiten brengt verwarring en verdriet. Maar niets bezitten is een buitengewone toestand, niets zelfs geen idee -, laat staan een persoon of een ding bezitten. Als een idee, een gedachte, wortel schiet, is ze al een bezit geworden en begint de strijd om vrij te komen.

Het feit, de eenzaamheid, zien

En die vrijheid is helemaal geen vrijheid, ze is maar een reactie. Reacties schieten wortel en ons leven is de grond waarin die wortels zijn gegroeid, Het is psychologisch absurd om alle wortels één voor één af te snijden. Het is ondoenlijk. Je hoeft alleen het feit, de eenzaamheid, te zien en al het andere vervaagt.

Zijn we ooit alleen? Of dragen we alle lasten van gisteren met ons mee?
Er bestaat een aardig verhaal over twee monniken, die van het ene dorp naar het andere trekken en een meisje tegenkomen dat zit te huilen aan de oever van de rivier.

O, maar dat is helemaal geen probleem

Een van de monniken loopt naar haar toe en vraagt: “Zuster, waarom huil je?” Zij zegt: “Zie je dat huis daar aan de overkant van de rivier? Ik stak vanochtend vroeg de rivier over en had geen moeite bij het doorwaden, maar nu is de rivier zo gezwollen dat ik niet terug kan. Er is geen boot. “O”, zegt de monnik, “maar dat is helemaal geen probleem”, en hij pakt haar op en draagt haar de rivier over en zet haar op de andere oever neer.

De twee monniken trekken verder. Na een paar uur zegt de andere monnik: “Broeder, wij hebben een gelofte afgelegd dat we nooit een vrouw zullen aanraken. Wat jij gedaan hebt is een vreselijke zonde. Vond je het niet prettig, was het niet een grote sensatie, een vrouw aan te raken?” En de andere monnik antwoordt: “Ik liet haar twee uur geleden achter. Jij draagt haar nog altijd, is het niet? “

Dan

Dat is wat wij doen. We dragen altijd onze lasten mee; nooit sterven we voor ze; we laten het nooit achter. Enkel wanneer we onze volledige aandacht geven aan een probleem en het ogenblikkelijk oplossen – het nooit meedragen naar de volgende dag of de volgende minuut- is er alleen-zijn. Dan, ook al wonen we in een huis vol mensen of zitten we in een bus, kennen we het alleen-zijn. En dat alleen-zijn wijst op een frisse, onbelaste geest. J.K.

Disclaimer