Naarmate wij oproeien leren we steeds meer verschillen aan te brengen. Namen te geven. Stickers te plakken. Dingen in vakjes onder te brengen. We leren onderscheid te maken tussen de ene en de andere gebeurtenis en onderscheid te maken tussen onszelf en al het andere.

En daar is helemaal niets mis mee zolang wij de basis niet vergeten.

Bergen zijn verschillend van elkaar maar hun basis is het zelfde. En ook al hebben we wel verschillende namen voor verschillende bergen, voor de basis hebben we geen woord omdat woorden er zijn om onderscheid te maken.

Er is gewoon geen woord voor geen-onderscheid. We kunne non-distinctie wel voelen maar denken kunnen we het niet. We kunnen ervaren dat we bewustzijn hebben maar wat bewustzijn zelf precies is weten we niet, omdat bewustzijn aanwezig is bij iedere denkbare ervaring.

Hoe dan ook, tijdens het opgroeien vergeten wij de basis. We raken gefascineerd, betoverd, verrukt door alle dingen waarmee volwassenen voor onze neus zwaaien en we vergeten de achtergrond. En we gaan geloven dat het onderscheid waarover we geleerd hebben het belangrijkste is om mee bezig te zijn en we raken gehypnotiseerd.

We raken verstrikt in het focussen op al die verschillen die ons heel belangrijk lijken. In het Bhoeddisme wordt dit gevoel van vastzitten gehechtheid genoemd.

We krijgen deze obsessie over allerlei dingen. We krijgen dat mee van onze ouders, tantes, ooms, onderwijzers, onze leeftijdsgenoten. En twee belangrijke obsessies die we van jongs af aan leren zijn het onderscheid dat we aanbrengen tussen onszelf en anderen en het onderscheid tussen willekeurige en onwillekeurige acties.

Voor een klein kind is dit enorm verwarrend. Bijvoorbeeld wanneer het kind verteld wordt dat het moet gaan slapen, een boertje moet laten, van zijn ouders moet houden of dat het niet bang moet zijn, maar al deze dingen horen eigenlijk helemaal vanzelf te gaan.

Dus een kind wordt aangemoedigd en opgedragen om te doen wat de ouders of leraren willen, maar het wordt wel geacht om dit spontaan, vanuit zichzelf te doen. Geen wonder dat dit verwarring oplevert.

Als reactie hierop ontwikkelen we een ding dat we ego noemen.

Het ego is er bij wijze van spreken


Met ego wordt hier gedoeld op iets dat nogal abstract is. Het ego heeft eenzelfde soort functie en hetzelfde realiteitsgehalte als een uur of een millimeter of een lengtegraad. Het ego is er bij wijze van spreken. Het is een gebruiksvoorwerp, een hulpmiddel en noodoplossing. Het ego is onvindbaar. Als je naar binnen keert om het ego te zoeken dan vind je niets.

Omdat je een centrum nodig hebt heb je het ego geschapen. Want zonder centrum wordt je gek. Zou je uit elkaar vallen. Daarom heb je om te kunnen functioneren een fictief centrum opgericht. Het ware centrum ligt verborgen. Meditatie brengt je naar je echte centrum.

Het ego is een gevolg van sociale omgangsregels. Maar de valkuil waar wij allemaal intrappen is dat wij met deze abstractie omgaan alsof het iets reëels en tastbaars zou zijn. Maar het ego is niet meer dan een bepaalde samenstelling van ideeën en beelden over onszelf. Het mag duidelijk zijn dat wij net zo min dit beeld zijn als dat het idee van een boom een boom is. Mogelijk positioneren wij daarom het ego precies op de plek die we niet rechtstreeks kunnen zien, maar alleen via een spiegel of op een foto: in ons hoofd.

Daar komt nog bij dat het beeld dat we over ons zelf hebben extreem onnauwkeurig en incompleet is. Mijn beeld van mezelf is totaal niet hetzelfde als jouw beeld van mij. Kortgezegd: mijn zelfbeeld, mijn ego is een karikatuur. Ik ben tot dit beeld gekomen door mijn omgang met andere mensen die mij direct of indirect hebben laten weten wie ik was. En ik draag dat idee van mezelf uit in de wereld. En de wereld speelt het terug.

En van jongs af aan wordt ons geleerd dat dit plaatje, dit imago consistent moet zijn. Voor veel mensen staat het zoeken naar hun identiteit gelijk aan het vinden van een imago dat acceptabel of geloofwaardig is. Of een imago dat ‘goed in de markt’ ligt.

We hebben veel te veel haast om in het heden te zijn. We hebben de magie uit de wereld weg-geredeneerd en weg-gecommentariëerd. We zijn het visioen van het paradijs kwijt. Dit is de prijs die wij betalen voor onze pogingen om de wereld te controleren vanuit het standpunt van een ‘ik.’

Zonder deze dingen kun je niets bijdragen

Het zou sentimenteel en onmogelijk zijn om terug te keren. Niemand zegt ook dat je een kind moet worden. Onder meer in de bijbel wordt dan ook gesproken van: worden als een kind. Verdieping hiervan vindt je hier: Naar een nieuwe wijze van onschuld.

Kinderen zijn in contact met het paradijs in zoverre dat zij het ego-kunstje nog niet helemaal onder de knie hebben. En hetzelfde zien wij bij culturen die volgens onze standaard ‘primitief’ zijn, ‘eenvoudig’ en ‘naïef.’ En als je dan -als is het maar in theorie- begrijpt, dat het ego-kunstje een hoax is en dat uiteindelijk, ‘ik’ en ‘universum’ een geheel zijn en je vraagt “Leuk en aardig, en dan, wat nu? Wat is de volgende stap, de praktische toepassing hiervan?” dan kan geantwoord worden dat het van vitaal belang is om dit inzicht te laten groeien, om tot plezier in staat te zijn, om te kunnen leven in het nu en de vaardigheid die hiervoor nodig is te beoefenen.

Zonder deze dingen kun je helemaal niets wezenlijks bijdragen aan een vreedzame, gezonde, gelukkige wereld, een betere woonplaats of een harmonieuzer huishouden. Zonder dit zullen alle goede bedoelingen niet meer zijn dan bemoeizuchtig gemodder en zal al het werk voor de toekomst georganiseerde rampspoed zijn.

Meer wetenschap en verhoogd zelfbewustzijn

Maar terugkeren naar vroeger is niet de weg vooruit. Precies zoals de wetenschap haar puur atomistische en mechanistische kijk op de wereld overkwam door nog méér wetenschap kan het ego-kunstje overwonnen worden met een verhoogd zelfbewustzijn. Want het gevoel van afgescheiden zijn kun je niet kwijt raken door middel van sterke wil en door inspanning. Het lukt niet door pogingen te doen om jezelf te vergeten. Dat zou net zoiets zijn als de politie die graag een verdachte in een huis wil opzoeken, de straat in rijdt met de sirene en zwaailichten aan.

Wat we van dit soort pogingen kunnen leren is dat ze niet werken. Want hoe meer we proberen om niet hebzuchtig of bang te zijn des te meer realiseren we ons dat we dit doen vanuit zelfzucht en angst.

Heiligen hebben altijd over zichzelf gezegd dat zij enorme schavuiten zijn- omdat zij erkennen dat hun aspiratie om heilig te willen zijn gemotiveerd wordt door de ergste van alle zonden: spirituele trots. Het verlangen om zichzelf te bewonderen als een hoogstaand succes in de kunst van liefde en onbaatzuchtigheid.

En zo komt het ego-trucje via een achterdeurtje telkens opnieuw terug.

Kijk aandachtig naar een klein kind, kleinkind om ervan te leren of… ga mediteren. :-)

Praten met de engel

Speaking with the angel
Tekst en muziek Ron Sexsmith 

vertaling

Hij die niet weet hoe je liegt of hoe je iemand laat vallen
Hij  weet niet hoe je steelt, hoe je handelt of misleidt 
Laat hem dus met rust, laat hem, want hij is in gesprek met de engel
Hij praat met de engel die alleen hij kan zien 

Je zegt dat hij zo hulpeloos is en jij dan? 
Jij bepaalt niet wat er gebeurt, begrijp je het dan niet?
Laat hem met rust, laat hem, want hij is in gesprek met de engel
Hij praat met de engel die alleen hij kan zien 

Zou je hem willen leren over de hemel
Zou je hem laten zien hoe je kunt houden van de aarde 
Zou je hem vergiftigen met vooroordelen vanaf het moment van zijn geboorte

Hij in  naam van de liefde en in het bloed van het lam
Hij die nooit iemand anders de schuld geeft, hij kent zijn eigen naam niet eens
Dus laat het met rust, laat hem, want hij is in gesprek met de engel
Hij praat met de engel, precies dezelfde die met jou en mij sprak
Oh, weet je dat nog?

Hits: 59